Iemand onderbreekt jou tijdens een overleg.
Mijn keuze: A – Ik zeg niets en laat het gebeuren.
Ik vermijd conflicten en laat de ander uitpraten, maar hierdoor wordt mijn eigen mening minder gehoord.
Uitwerking van de communicatie quiz, resultaat en reflectie-opdracht.
Mijn keuze: A – Ik zeg niets en laat het gebeuren.
Ik vermijd conflicten en laat de ander uitpraten, maar hierdoor wordt mijn eigen mening minder gehoord.
Mijn keuze: A – Ik zeg ja, ook al wil ik het niet.
Ik wil niemand teleurstellen, maar dit zorgt voor stress en werkdruk.
Mijn keuze: A – Ik corrigeer het zelf.
Ik los het liever zelf op dan confrontatie aan te gaan.
Mijn keuze: A – Ik houd mijn mening in als het niet belangrijk is, maar als het een probleem kan veroorzaken dan spreek ik de leidinggevende wel aan.
Aan het eind gaat de leidinggevende het zelf inzien wat fout is en wat gecorrigeerd moet worden.
Mijn keuze: D - Ik geef rustig aan dat ik me er niet prettig bij voel
Wanneer iets niet leuk is dan geef ik aan om geen grappen over die onderwerp te maken want het voelt niet goed.
Mijn keuze: D – Ik benoem wat mij dwarszit en waarom.
Tijdens het samenwerken als iets niet goed is of iemand niet goed doe dan geef ik aan wat niet goed gaat.
Mijn keuze: D – Ik spreek de ander aan op de afspraak op een respectvolle manier.
Als iemand niet aan de afspraken houd, stuur ik herinneringen aan de persoon. Als de persoon tog niet zo aan de afspraken houd dan spreek ik de persoon persoonlijk aan op een respectvolle manier en dat het niet zo door kan gaan om iets telkens te verschuiven.
Mijn keuze: D – Ik luister en reageer rustig en inhoudelijk.
Ik luister naar aandachtig want zo leer ik ook uit mijn fouten. Al zijn het goede of slechte kritiek, ik zorg dan ervoor dat ik mezelf corrigeer.
Mijn keuze: A – Ik sla het op.
Ik houd niet van boos worden. Ik blijf liever rustig dan dat ik de stress uit. Ik zoek naar oplossingen die de situatie kan calmeren.
Mijn keuze: C – Ik ben onduidelijk, indirect of ironisch.
Ik heb een beetje moeite met communiceren. Ik praat meestal zacht. En ik kan soms een onderwerp niet goed uitleggen. Maar ik werk altijd eraan om beter te worden.
Resultaat: Overwegend Passieve communicatiestijl.
Ik vermijd vaak conflicten en ik houd meestal meningen voor mezelf als het slecht overeen komt.
Ik ben soms niet zelfverzekerd in het presenteren van een onderwerp.
Mijn ontwikkelpunt is om niet passief te blijven.
Als ik een mening heb die een ontwikkeling kan brengen voor iemand of voor mezelf moet ik dat aangeven.
Tijdens een schoolproject moesten wij een applicatie maken. Rollen werden verdeeld, maar ik koos ervoor om geen leider te zijn omdat ik de verantwoordelijkheid niet wilde nemen. Hierdoor nam ik minder initiatief en stelde ik minder vragen. Hierdoor hebben een paar leden gewerkt en een paar niet. Ik hield het tegen mezelf wanneer iemand iets niet goed deed of als het te lang duurde, want ik hield niet van ruzie. En dan wanneer deadlines komen dan hebben we vaak tekortkomingen of we zijn niet af met onze project.
• De taakverdelingen waren onduidelijk.
• We hielden ons vaak niet aan onze projectplan.
• Momenten waar er tekortkomingen waren, moest ik de initiatief nemen om het door te geven en het beter aanpakken.
• We hielden geen serieuze evaluatie momenten.
Ik heb geleerd dat communicatie essentieel is in projecten. Als ik stil blijf, lijkt het alsof ik geen input heb of dat die stuk waar ik input kon geven iets mist. Kleine acties maken al verschil. Als de taakverdeling niet goed is en de leider bij de verkeerde persoon komt dan gaat er altijd wat tekortkomingen zijn.
• Duidelijke afspraken maken wie bepaalde taken gaat doen.
• Ownership nemen over bepaalde onderdelen waarin ik een betere input kan geven.
• Wekelijkse evaluaties met de projectteam.
• Als ik een opmerking zie moet ik het gelijk aangeven.
• Als ik een vraag heb als ik onzeker ben, moet ik die gelijk vragen, anders ga ik steeds eraan zitten.